Dossier NKB_22 - Tijdschriften, herdenkingen over of van NKB

Zone d'identification

Cote

NKB_22

Titre

Tijdschriften, herdenkingen over of van NKB

Date(s)

  • 1946-2001 (Production)

Niveau de description

Dossier

Étendue matérielle et support

1 omslag

Zone du contexte

Nom du producteur

(1940 - 2015)

Histoire administrative

De Nationale Koningsgezinde Beweging (NKB) of Mouvement National Royaliste (MNR) in het Frans (men gebruikte meestal NKB-MNR als benaming) was een verzetsbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog, vooral actief in Vlaanderen en Brussel.
De beweging ontstond in 1940 uit een Rexistische jeugdbeweging in Aarschot, maar waarbij de leden Lucien Meyer en Theo Simon de collaboratiepolitiek van REX en het VNV bekritiseerden. Zij kwamen in contact met de Leuvense hoogleraar Eugène Mertens de Wilmars die de leiding op zich nam van de nieuwe organisatie. Professor Mertens was zelf ook een gewezen Rexist en een fervente aanhanger van koning Leopold. De NKB rekruteerde voornamelijk in studentenmilieus en bij onderofficieren.
Aanvankelijk deden zij zich voor als een turngroep, maar toen Lucien Meyer in 1941 door de Duitsers werd gearresteerd werd de NKB verboden. De NKB opereerde voortaan in de clandestiniteit en nieuwe leden uit katholieke en militaire milieus dienden zich aan: prins Albert Eduard de Ligne, Louis Boël, Jean Naus, generaal Ernest Graff, majoor Monteyne en kapitein Gaëtan Van Nooten. De leiding berustte bij Eugène Mertens (tevens reservecommandant) en met hem als ideoloog groeide de NKB uit tot een reactionaire beweging. Mertens werd echter in 1942 opgepakt en opgevolgd door generaal Graff.
De NKB stond voor een autoritaire staat onder leiding van de koning, was tegen het algemeen enkelvoudig stemrecht en wilde het parlementair-representatieve systeem vervangen door een corporatief bestel. Om dit te verwezenlijken creëerde het Koninklijke Troepen en een Koninklijke Wacht. Die laatste was belast met de propaganda en de ordehandhaving. In 1941 werden de politieke grondbeginselen van de NKB vastgelegd in een brochure. Niet alleen werd er felle kritiek gegeven op de politieke partijen, maar ook de verlichtingsideeën moesten eraan geloven: "Gelijkheid is louter hersenschim. Ongelijkheid is eigen aan de menselijke natuur. Er heerst orde wanneer die ongelijkheid op de meest harmonische wijze en met het oog op iedereens welzijn wordt geregeld."
De fervente koningsgezindheid van de NKB boezemde de regering te Londen veel wantrouwen in en er viel dan ook niet veel steun van die kant te verwachten. De NKB zelf vond dat die regering hen zag als een "dictatoriale organisatie, die een staatsgreep voorbereidde".
Na de oorlog toen diverse verzetsbewegingen alsnog door de regering werden erkend, verwierf de NKB moeizaam die status ondanks het heldhaftig optreden in Antwerpen waar zij een essentiële rol speelde in de bevrijding van de haven.
In 1943 stelde NKB-man Eugène Colson ("kolonel Harry") een plan op tot redding van de haven van Antwerpen. Samen met het Geheim Leger werd de operatie een succes. Het was wel de enige grote bevrijdingsactie van de NKB.
Enkele leden van de NKB richtten in 1945 het Eldrie-verbond op. Eldrie (L3 verwijst naar Leopold 3) was een paramilitaire en uiterst antipolitieke organisatie waarin heel wat legerofficieren zaten. Het zag zichzelf als een soort bijkomende troepenmacht van de Rijkswacht in het geval die moest ageren tegen linkse subversie. Bovenal ijverde men voor de terugkeer van Leopold III. Eldrie werd geleid door een raad van zes, bestaande uit Bob Van Steenlandt, Jacques De Groodt, Frans De Moor, Jan Verhaeghen, Tom Janssens en Eugène Colson. Om lid te worden moest men de zogenaamde 'Grote Gelofte' afleggen. Volgens Bob Van Steenlandt legden tussen 1945 en 1950 meer dan 200.000 Belgen de eed af.
De NKB werd na de oorlog heropgericht onder de naam Koninklijke Nationale Verbroedering van de Weerstandsgroepering N.K.B. - Fraternelle Royale Nationale du Groupement de Résistance M.N.R. en in de jaren 1948-50 waren leidende figuren onder meer Eugène Mertens, Ernest Graff, Frans De Moor en Alice Chèramy.

Histoire archivistique

Source immédiate d'acquisition ou de transfert

Zone du contenu et de la structure

Portée et contenu

Accroissements

Mode de classement

Zone des conditions d'accès et d'utilisation

Conditions d’accès

Conditions de reproduction

Langue des documents

Écriture des documents

Notes de langue et graphie

Caractéristiques matérielle et contraintes techniques

Instruments de recherche

Zone des sources complémentaires

Existence et lieu de conservation des originaux

Existence et lieu de conservation des copies

Unités de description associées

Descriptions associées

Zone des notes

Identifiant(s) alternatif(s)

Mots-clés

Mots-clés - Sujets

Mots-clés - Lieux

Mots-clés - Noms

Mots-clés - Genre

Statut

Dates de production, de révision, de suppression

Sources

Zone des entrées

Sujets associés

Personnes et organismes associés

Genres associés

Lieux associés

Localisation physique

  • Boîte: Doos#0047